Home Contact Voeg toe aan Favorieten Print deze pagina    
Home | Voorstellen | Contact | Site Map
   Parrotbunch WebShop


  Informatie Menu
  Algemeen
  Voeding
  Verzorging
  Gedrag
  Gezondheid
  Overig

  Gezondheid Sub
  Ziekten
  Besmettelijke ziekten
  Giftige planten
  Overlijden
  Reovirus
  Dierenarts


 
 
  Drs. Jan Hooimeijer  , Vogeldierenarts Kliniek voor Vogels Meppel, tel; 0522-259455 E-mail; info@kliniekvoorvogels.nl

Ziekten/problemen bij papegaaiachtigen hebben verschillende achtergronden/oorzaken. De belangrijkste achtergronden van problemen kunnen worden verdeeld in twee verschillende categorieŽn;

1. Niet besmettelijke oorzaken;

  • Voedingsfouten zijn nog altijd de meest voorkomende oorzaak van ziekte en sterfte bij vogels!!
  • Verkeerde huisvesting, verzorging en management
  • Vergiftigingen
  • Trauma (ongevallen)
  • Gedragsproblemen
  • Aangeboren afwijkingen
  • Erfelijke afwijkingen

2. Besmettelijke ziekten;

  • Parasieten
  • BacteriŽn
  • Schimmels
  • Mycoplasma
  • Chlamydia
  • Virussen

De besmettelijke ziekten spelen binnen de vogelliefhebberij een grote rol en verdienen in dit verband de meeste aandacht. Binnen de liefhebberij is het aanschaffen van vogels een vanzelfsprekende zaak. Elke liefhebber is begonnen met de aankoop van vogels. Door koop, verkoop en/of ruil is er voortdurend uitwisseling tussen vogelbestanden. De ervaring van veel liefhebbers en van de vogeldierenarts is, dat juist door deze uitwisseling veel ziekteproblemen in bestanden worden verspreid en naar voren komen. Ook vogels die aan tentoonstellingen hebben deelgenomen en vogels die weer mee naar huis genomen worden na een vogelmarkt, kunnen een oorzaak zijn van een besmettelijke ziekte in het vogelbestand.

Daarnaast kunnen vogels, vanuit de natuur, voliŤres besmetten en ziektes veroorzaken. Vogels kunnen op verschillende manieren met ziekteverwekkers besmet kunnen worden, namelijk via:

  • direct contact
  • ontlasting
  • (zwevend) stof
  • het ei
  • materialen
  • insecten (luizen, mijten en muggen)

Van de INWENDIGE PARASIETEN spelen worminfecties een grote rol. Het gaat daarbij vooral om:

  • spoelwormen
  • haarwormen
  • lintwormen

De eieren van spoelwormen en haarwormen kunnen via "wilde vogels" in voliŤres terecht komen. Wormeieren kunnen vervolgens met het zwevend stof gaan circuleren en voortdurend een besmetting veroorzaken.

Een besmetting met lintwormen gaat altijd via een specifieke tussengastheer. Meestal gaat het daarbij om insecten, kevers e.d. De tussengastheren van de bij papegaaiachtigen voorkomende lintwormen, komen in het algemeen alleen voor in de landen van herkomst. Papegaaiachtigen met lintwormen zijn altijd afkomstig vanuit import. Vooral bij grijze roodstaarten en kaketoes moeten we hier rekening mee houden.

Onder de inwendige parasieten vallen ook ziekten veroorzaakt door protozoŽn. Bij papegaaiachtigen gaat het daarbij vooral om:

  • trichomoniasis als veroorzaker van ontstekingen in de keel/slokdarm en krop
  • giardia als veroorzaker van darmontstekingen.

Ook coccidiosis valt onder de protozoaire ziektes. Hoewel deze ziekte bij vrijwel alle vogelsoorten beschreven is, is het een zeer zeldzame aandoening bij papegaaiachtigen. In de internationale literatuur is het in totaal nog maar enkele malen beschreven. In mijn praktijk is het twee maal gevonden bij amazones, een maal bij een princess of wales parkiet en een maal bij een lori.

Bij de UITWENDIGE PARASIETEN gaat het vooral om luizen en (veer)mijten. Deze kunnen onrust en conditievermindering veroorzaken en er moet rekening mee gehouden worden dat deze parasieten ook ziekten kunnen verspreiden. De schurftmijt, zoals vooral wordt gezien bij grasparkieten, speelt bij de grote papegaaiachtigen geen rol.

De belangrijkste BACTERIEINFEKTIES waarmee we te maken hebben zijn:

  • Salmonella bacteriŽn, veroorzakers van paratyfus
  • Yersina als veroorzaker van pseudovogelpest
  • Escherichia coli als veroorzaker van onder andere darmontstekingen
  • MycobacteriŽn als veroorzaker van tuberculosis
  • Stafylokokken / streptokokken, veelal als bijkomende infecties, onder andere bij jonge vogels.
  • Pseudomonas bij luchtweginfecties
  • Megabacterien ofwel maagschimmel zien we toenemen als oorzaak van maagontstekingen

Als er bij onderzoek een bacterie-infectie wordt aangetoond kan er worden behandeld met antibiotica die voor de betreffende bacterie effectief zijn. Bij het aantonen van tuberculosis is er een probleem omdat papegaaiachtigen besmet kunnen zijn met tuberculosis bacteriŽn die ook voor de mens een risico zijn. Een behandeling bij een individuele vogel moet zeer langdurig ( 1 - 2 jaar) worden voortgezet. Er is daarbij geen garantie dat de vogel daarmee volledig zal/kan genezen. Vanwege deze gegevens kan euthanasie de meest verantwoorde beslissing zijn.

SCHIMMELZIEKTEN spelen geen grote rol als besmettelijke ziekte bij papegaaiachtigen. We hebben vooral te maken met:

  • aspergillosis soorten
  • candida albicans

Schimmels krijgen vooral een kans bij vogel met een verminderde weerstand/conditie. Ook is er een risico als er veel schimmelsporen in een ruimte circuleren. Dit zien we bijvoorbeeld in een voliŤre met veel boombladeren op de bodem.  Candida zien we vooral bij babypapegaaien. We moeten daarbij vooral letten op het management en de hygiŽne. De kwaliteit van de voeding spelt hierbij een grote rol. Een andere reden waardoor schimmelinfecties een kans krijgen is het ongewenste gebruik van antibiotica. Vooral van de tetracyclines en doxycycline is bekend dat vogels gevoeliger worden voor schimmelinfecties tijdens een behandeling. Het idee van " Baadt het niet, het schaadt ook niet", gaat dan ook zeker niet op als er "blind" gekuurd wordt.

MYCOPLASMAinfecties spelen geen belangrijke rol bij papegaaiachtigen. Er moet rekening mee gehouden worden bij luchtwegproblemen.

CHLAMYDOPHILAE behoren tot een speciale groep van ziekteverwekkers. Bij vogels gaat het om chlamydophila psittaci. Als de ziekte bij papegaaiachtigen voorkomt spreken we over papegaaienziekte ofwel psittacosis. Bij andere vogels wordt dezelfde ziekte ornithosis genoemd. Het gaat bij deze ziekte om een zoonose. Een zoonose is een ziekte die van dieren op de mens kan overgaan. Komt de ziekte bij de mens voor, dan wordt het papegaaienziekte genoemd omdat papegaaiachtigen een belangrijke besmettingsbron voor de mens zijn. De ziekte wordt ook wel Chlamydiosis genoemd. Dit is echter verwarrend omdat er bij de mens ook een andere ziekte voorkomt die wordt veroorzaakt door chlamydia trachomatis. Deze ziekte komt niet bij vogels voor. Bij papegaaiachtigen komen dragers voor. Dragers zijn vogels die besmet zijn zonder zelf ziekteverschijnselen te vertonen. Door onderzoek is gebleken dat vooral grasparkieten, als dragers, een belangrijke rol spelen bij de verspreiding.

De besmetting wordt vooral verspreid via het zwevende stof van ingedroogde ontlasting. Ruim 15 jaar geleden waren uitbraken van papegaaienziekte vooral na import van besmette vogels. Er is een duidelijke verschuiving opgetreden omdat bij uitbraken er nu meestal geen relatie meer is met recente import. Bij een uitbraak zijn de problemen minder ernstig dan in het verleden. De reden hiervan is mogelijk dat de verwekker minder "gemeen" geworden is en dat een groot deel van de vogels weerstand heeft ontwikkeld.

De besmetting komt wijd verbreid voor binnen de liefhebberij van papegaaiachtigen. Ook is aangetoond dat ook wilde vogels in Europa besmet en drager kunnen zijn van chlamydia psittaci. Daarmee is chlamydophila psittaci een van de meest wijd verbreide besmettelijke ziektes bij vogels. In de praktijk vinden we de ziekte vooral in het najaar, winter en voorjaar. Er lijkt een relatie te zijn met het "vogelmarkt/tentoonstellingsseizoen". Ongunstige klimaatomstandigheden en stress spelen vermoedelijk een belangrijke rol bij het uitbreken van de ziekte.

VIRUSZIEKTES spelen bij papegaaiachtigen een steeds grotere rol.

De verschillende virusziektes veroorzaken verschillende ziektebeelden. De verschijnselen kunnen variŽren per soort en er zijn ook grote verschillen tussen individuele vogels. We moeten er vanuit gaan dat alle virusziektes oorspronkelijk via import zijn geÔntroduceerd binnen de liefhebberij. Pokkeninfekties bij papegaaiachtigen zien we uitsluitend in relatie met import. Vooral bij amazones moeten we er op bedacht zijn. Papillomatosis zien we bij ara's en amazones en ook hierbij vrijwel alleen na import. Door mij zijn in de praktijk de eerste gevallen van papillomatosis bij in gevangenschap gekweekte ara's gezien. Herpesvirus infecties , bekend als de ziekte van pacheco, zien we ook steeds meer zonder een duidelijke relatie met import.

Een andere virusziekte wordt veroorzaakt door een polyomavirus. Dit virus kan verschillende problemen veroorzaken afhankelijk van de soort vogel. Bij grasparkieten is het de oorzaak van sterfte op jonge leeftijd met leverontstekingen en als oorzaak van "kruiperziekte". Bij andere vogels kan het gaan om acute sterfte op jonge leeftijd met inwendige bloedingen. In de U.S.A. is inmiddels een test ontwikkeld voor het aantonen van het virus en is er sinds het voorjaar van 1996 een entstof beschikbaar om papegaaiachtigen preventief mee te kunnen vaccineren.

Een virusziekte waar de komende jaren steeds meer problemen van te verwachten zijn is het Kliermaagdilatatie syndroom. Dit virus veroorzaakt onder andere afwijkingen in de zenuwvoorziening van het maag-darmkanaal. Sinds enkele maanden is met zekerheid aangetoond dat het gaat om een virusziekte. Veel papegaaiachtigen zijn gevoelig voor deze ziekte. Het uitzonderlijke van deze ziekte is dat er ook voorbeelden zijn van problemen bij niet papegaaiachtigen zoals watervogels, wevers en flamingo's. Er is een test in ontwikkeling om de ziekte te kunnen aantonen bij een levende vogel. In de toekomst zal er hopelijk ook een entstof tegen deze ziekte ontwikkeld kunnen worden.

We moeten vrezen dat de nu nog minder bekende virusziekten de komende jaren een belangrijkere rol gaan vervullen en dat de meer bekende virusziektes zich nog meer zullen verspreiden binnen de liefhebberij. Daarnaast zijn er ziektebeelden bij papegaaiachtigen veroorzaakt door het adenovirus, het reovirus, het rotavirus, het togavirus, en het flavivirus ( west nile virus). Papegaaienziekte en de virusziektes behoren tot de belangrijkste besmettelijke ziektes.

Belangrijke verschillen tussen papegaaienziekte en virusziektes zijn:

  • voor papegaaienziekte zijn wel medicijnen beschikbaar
  • papegaaienziekte is besmettelijk voor de mens
  • virusziektes kunnen we niet behandelen, alleen maar voorkomen met entstoffen
  • virusziektes zijn meestal beperkt tot een beperkte groep vogels

Enkele uitzonderingen zijn het draainekziektevirus dat niet alleen besmettelijk is voor papegaaiachtigen maar ook voor vinkachtigen, het pseudo-vogelpestvirus omdat dit besmettelijk is voor bijna alle verschillende vogelsoorten en het kliermaagdilatatie syndroom wordt ook bij andere vogels gevonden dan papegaaiachtigen. Van alle oorzaken/achtergronden van problemen bij papegaaiachtigen zijn de virusziektes een belangrijke bedreiging voor het houden van en het kweken met papegaaiachtigen in gevangenschap. Deze ziektes kunnen de toekomst van de liefhebberij zeer ongunstig beÔnvloeden.  Een bekend voorbeeld hiervan is het draainekziektevirus waarbij de liefhebberij van neophema's bijna volledig is teruggedrongen.

We moeten ons realiseren dat de besmettelijke (virusziektes) zijn meegekomen met de importvogels die in de natuur zijn gevangen. De bekende virusziektes bij kromsnavels zijn vervolgens op allerlei manier verspreid binnen de avicultuur.  Deze problematiek is extra reden om de import van vogels, gevangen in de natuur, een halt toe te roepen. Door deze importen blijven we besmettelijke ziektes introduceren binnen kweekbestanden. Vanwege deze ontwikkelingen is in 1990 door ondergetekende de Werkgroep Besmettelijke Vogelziekten (W.B.V.) in het leven geroepen. De W.B.V. was een samenwerkingsverband met vertegenwoordigers van de verschillende vogelverenigingen/bonden. Een belangrijke doelstelling van de werkgroep was om de liefhebberij te informeren over de problematiek van besmettelijke vogelziekten. De werkgroep is na 10 jaar , in 2000 ter ziele gegaan omdat de tegenstellingen tussen de vogelbonden en gebrek aan motivatie binnen de georganiseerde avicultuur het verder functioneren onmogelijk maakte.

Binnen de groep van de papegaaiachtigen is de afgelopen jaren vooral de verspreiding van snavel- en veerrotziekte sterk toegenomen. Volwassen vogels hoeven daarbij geen verschijnselen te vertonen terwijl de jongen al in het ei besmet kunnen worden. Deze besmette jongen fungeren vervolgens als besmettingsbron naar andere vogels. Ziekteverschijnselen kunnen zich binnen enkele weken openbaren. Het kan echter ook enkele maanden of zelfs jaren duren voordat de ziekteverschijnselen naar voren komen. Ook zijn er vogels die geen verschijnselen gaan vertonen maar wel een rol blijven spelen bij de verspreiding van het virus.

Door de toegenomen kweekresultaten is er een nieuwe handel ontstaan en wel de handel in babypapegaaien. Het kweken van jonge kromsnavels wordt daarbij voor het grootste deel bepaald door de commerciŽle belangen die daaraan verbonden zijn.  Individuele kwekers verkopen aan particulieren jonge baby's die nog handmatig moeten worden grootgebracht. Ook verkopen kwekers babypapegaaien aan opkopers/handelaren die deze vogels verzamelen op centrale adressen om deze vervolgens als "handopfok" te verkopen.  Vooral deze laatste handel werkt de verspreiding van besmettelijke ziektes sterk in de hand.

De besmettingskansen zijn door deze handel toegenomen waarbij vooral de virusziektes profiteren. Deze ongewenste, anonieme en ongecontroleerde babyhandel speelt naar mijn praktijkervaring de laatste jaren een belangrijke rol bij de verspreiding van besmettelijke ziektes bij papegaaiachtigen. De vogels worden door deze handel gedupeerd. De kopers zijn veelal slecht geÔnformeerd over de achtergronden en de risico's. Kopers worden geconfronteerd met ziekte en sterfte. De baby's worden veelal verkocht op een leeftijd dat ziekteverschijnselen zich nog niet hoeven te openbaren.

Bovendien worden particulieren door deze handel, geconfronteerd met ernstige gedragsproblemen bij de huiskamer kromsnavels. Deze gedragsproblemen zijn weer reden dat vogels opnieuw in de handel terecht komen ofwel verdwijnen in een opvangcentrum. De gehele vogelliefhebberij wordt door het gesol met deze waardevolle babypapegaaien benadeeld. Deze problematiek is de laatste jaren vooral aktueel bij de verspreiding van snavel- en veerrotziekte, polyomavirus, herpesvirus, kliermaagdilatatie en papegaaienziekte.

Wat te doen bij problemen?
  • Het is van belang dat elke liefhebber/eigenaar een goede relatie heeft met een vogeldierenarts die zich heeft toegelegd op het onderzoeken, behandelen en adviseren bij ziektes.
  • Zieke vogels kunnen het beste in een aparte ruimte worden opgevangen en behandeld. In het algemeen is een hogere omgevingstemperatuur belangrijk voor zieke vogels.
  • Maatregelen ten aanzien van de hygiŽne zijn belangrijk. Stofvorming dient zo veel mogelijk te worden voorkomen.
  • De verspreiding van besmettingen is in binnenverblijven een groter probleem dan in buitenvoliŤres.
  • Water en voerbakken moeten zo hoog mogelijk worden bevestigd om verontreiniging zo veel mogelijk te voorkomen.
  • Altijd moeten zieke/dode vogels onderzocht worden om zekerheid te krijgen over de diagnose.
  • Bij een diagnose ofwel bij een duidelijke verdenking op basis van onderzoek kunnen gerichte maatregelen genomen worden. Dit kan gaan om een behandeling en/of preventieve maatregelen
  • Vogels moeten zo min mogelijk worden verstoord om stress te voorkomen.
  • Het is van belang om maatregelen te nemen om de algehele conditie van de vogels te verbeteren. Het kan hierbij gaan om aanpassingen van de voeding om daarmee de weerstand te ondersteunen.
  • Afhankelijk van de gevonden ziekte/besmetting kan het soms zelfs raadzaam/noodzakelijk zijn om zieke vogels te euthanaseren om verspreiding van de ziekte te voorkomen. Dat is met name van toepassing als het gaat om virusziektes.

Halamid, Formaline en Chlorhexine zijn enkele van de meest bekende desinfektantia die gebruikt worden bij bacterie- en virusinfekties.

Preventie

Het is essentieel dat bij de koop van vogels met de verkoper wordt afgesproken dat er aanvullend onderzoek zal worden gedaan om de vogels te beoordelen/controleren. Hierbij kunnen afspraken worden gemaakt zodat de koop ongedaan kan worden gemaakt, afhankelijk van de bevindingen van het (vervolg)onderzoek. Met de vogeldierenarts kan worden besproken welke onderzoeken/testen in aanmerking komen. Vogels vertonen vaak uitwendig geen ziekteverschijnselen ondanks de aanwezigheid van (besmettelijke)vogelziekten. Vogels proberen ziekteverschijnselen zo lang mogelijk te verbergen. In de natuur is dit uit zelfbescherming. Een vogel in de vrije natuur met uitwendige ziekteverschijnselen wordt door soortgenoten en roofdieren/vogels opgemerkt en verstoten of "gepakt".

Vogels blijven bij veel ziekten goed eten, veelal om gewichtsverlies te compenseren en omdat vogels zonder passage van voedsel door het maagdarmkanaal dood gaan door het optreden van darmbloedingen. Bij een "aankoopvogel", zonder uitwendige ziekteverschijnselen, is het daarom toch zinvol om door middel van aanvullend onderzoek te controleren op aanwezigheid van (besmettelijke) ziekten. De vogelgeneeskunde heeft zich de afgelopen vijf en twintig jaar sterk ontwikkeld, waarbij steeds meer ziekten onderkend zijn en er steeds meer onderzoeksmogelijkheden/testen zijn waar de (vogel)dierenarts gebruik van kan maken.

Het aanvullend onderzoek kan bestaan uit:

  • Onderzoek van de ontlasting. Rechtstreeks onder de microscoop en /of na het maken van specifieke kleuringen. Hierbij wordt onder andere gezocht naar inwendige parasieten, bacteriŽn, schimmels en gisten. Er kan een kweek worden gedaan op bacteriŽn, schimmels en eventueel virussen.
  • Uitstrijkjes die gemaakt kunnen worden van keel/krop, cloaca, huid enz. Hierbij wordt onder andere gezocht naar parasieten en ook hierbij kunnen kleuringen/kweken worden gedaan op bacteriŽn en schimmels. Vooral bij aankoop van amazones en ara's is het zaak om de cloaca en de gehemeltespleet/keel te bekijken op het voorkomen van papillomen. Een uitstrijkje vanuit de cloaca kan worden onderzocht op Papegaaienziekte en Polyomavirus.
  • Bloedonderzoek kan bijvoorbeeld worden gedaan op snavel- en veerrotziekte, paramyxovirus, polyomavirus en herpesvirus. - RŲntgenologisch onderzoek waarbij gezocht kan worden naar afwijkingen zoals onder andere bij het kliermaagdilitatie syndroom.
  • Endoscopisch onderzoek waarbij in de buikholte, de luchtpijp en de slokdarm/krop kan worden gekeken.
Afspraken bij de koop, Koopcontract.

Zoals aangegeven is het van belang om duidelijke afspraken te maken bij de aankoop. Het heeft de voorkeur om dit ook schriftelijk vast te leggen om latere misverstanden te voorkomen. Enkele punten om bij de koop vast te leggen zijn:

  • Identificatie van de vogel
  • Termijn waarbinnen de vogel wordt onderzocht/gecontroleerd en waarbij afhankelijk van de bevindingen de koop ongedaan gemaakt kan worden.
  • De kosten ven het (vervolg)onderzoek zoals het onderzoek op snavel- en veerrotziekte.
Quarantaine

Onder quarantaine wordt verstaan een periode waarbij de vogel zodanig is geÔsoleerd dat er geen uitwisseling kan optreden tussen de verschillende vogels. Het bekendste is de quarantaine die wordt gehanteerd bij importvogels. Hierbij is wettelijk vastgelegd dat de vogels een periode van minimaal 30 dagen worden afgezonderd alvorens te worden vrijgegeven. De "importquarantaine"is wettelijk ingesteld om het inslepen van pseudo-vogelpestvirus te voorkomen. Het belang is hierbij het voorkomen van ziekte in de pluimveehouderij. De periode die daarbij is vastgesteld is zodanig gekozen dat vogels, besmet met pseudovogelpest, binnen deze periode ziekteverschijnselen vertonen.

Voor de meeste besmettelijke vogelziekten is deze periode te kort om daarmee enige zekerheid te hebben dat de vogels na deze periode geen risico zullen zijn voor andere vogels. Verschillende vogelziekten/besmettingen worden verspreid door "dragers", waarbij de betreffende vogels langdurig, zonder zelf ziekteverschijnselen te vertonen, ziekten/besmettingen kunnen verspreiden. Het is dan ook niet mogelijk om een quarantaineperiode zodanig te kiezen dat er geen risico meer aanwezig is voor het aanwezig zijn van een besmettelijke ziekte.

Het belang van een quarantaine:

  • De nieuwe vogels krijgen de kans om in alle rust zich aan te passen aan de veranderde omstandigheden/omgeving. Het is van belang om te onderkennen dat vogels door/na een aankoop in een "stresssituatie" worden gebracht waarbij de vogels kwetsbaarder/gevoeliger zijn voor problemen. Vogels moeten dan ook onder gunstige omstandigheden worden opgevangen. De omgevingstemperatuur mag niet lager zijn dan de omgevingstemperatuur bij de verkoper.
  • De mogelijkheid om vogels te observeren, te (laten) onderzoeken en eventueel te behandelen. Het is van belang aangekochte vogels te wegen. Hierdoor kan altijd worden gecontroleerd of het gewicht goed is en in hoeverre er veranderingen optreden in het gewicht. Gewichtsverlies kan de enige aanwijzing zijn dat er problemen bij een vogel spelen. Het eventueel behandelen tijdens de quarantaineperiode is afhankelijk van de bevindingen van het onderzoek. Het is niet zinnig om aankoopvogels voor tal van besmettingen te behandelen met allerlei medicijnen. Een groot deel van de besmettingen is door middel van onderzoek aan te tonen ofwel uit te sluiten. Het "blind kuren" moet zoveel mogelijk worden voorkomen omdat hierdoor veelal sprake is van ongewenst medicijn gebruik. Bij sterfte moet de vogel altijd worden onderzocht voor het bepalen van de doodsoorzaak. Dit is van belang met het oog op de gemaakte afspraken met de verkoper en om , afhankelijk van de bevindingen, extra preventieve maatregelen te nemen.
  • De vogels wennen aan andere voeding. Het is belangrijk om te weten welke voeding de vogels gewend waren voor de aankoop. Er kan zo nodig geleidelijk worden overgeschakeld op andere voeding.
  • Voorkomen dat een besmettelijke ziekte wordt overgebracht op andere vogels. Voor een quarantaine moet een aparte ruimte worden gecreŽerd, waarbij er geen uitwisseling is tussen aankoopvogels en de overige vogels. De ruimte moet goed schoongemaakt en ontsmet kunnen worden. Materialen, voerbakjes/drinkbakjes, zitstokken enz. moeten niet verwisseld worden met materialen van andere vogels. De ruimte moet apart geventileerd worden. De liefhebber verzorgt eerst de eigen vogels en daarna de quarantainevogels.

Het verdient aanbeveling om aparte kleding te dragen zoals een stofjas en het schoeisel te verwisselen of te ontsmetten. Deze maatregelen gelden feitelijk ook voor vogels die op een tentoonstelling zijn geweest. Er zal met een vogeldierenarts moeten worden overlegd over de verschillende mogelijkheden van onderzoek en over de te nemen preventieve maatregelen. Bij het introduceren van vogels moet iedereen zich realiseren dat het belang vooral is om te voorkomen dat een besmettelijke ziekte een kans krijgt in het bestand. De kosten en moeite die gepaard gaan met een goede preventie wegen niet op tegen de ellende en de kosten bij het uitbreken van een besmettelijke ziekte. Dit geldt temeer bij een virusinfectie omdat er geen medicijnen beschikbaar zijn om de besmetting gericht te behandelen. Bij alle virusziektes, is de enige goede preventie te verwachten van een entstof.

In Amerika is een entstof beschikbaar tegen pokkenvirus, het herpesvirus en het polyomavirus. Tegen pseudo-vogelpest virus zijn effectieve entstoffen beschikbaar die worden gebruikt bij duiven en pluimvee. Er is geen reden om papegaaiachtigen routinematig te enten tegen pseudovogelpest. Het kan wenselijk zijn als er in de nabijheid uitbraken van pseudovogelpest bij pluimvee zijn. In overleg met de vogeldierenarts kan dan eventueel worden besloten om tot enten over te gaan.

Aanbevelingen:
  • Koop geen vogels van een verkoper die u niet kent.
  • Koop geen vogels via, via.
  • Koop geen vogels zonder een betrouwbare identificatie.
  • Probeer zo veel mogelijk achtergrond informatie ( herkomst, huisvesting, voeding, stamboom) van vogels te verkrijgen.

Het is ongebruikelijk om een stamboom van een vogel te krijgen of te vragen zoals wel gebruikelijk bij veel andere dieren die gehouden worden. Zeker bij vogels waarvan maar een beperkt aantal kweekvogels beschikbaar is, is het noodzakelijk om op de langere termijn de (erfelijke) achtergronden van een vogel te kunnen achterhalen.

Binnen (internationale) kweekprogramma's wordt altijd gewerkt met een stamboom zodat de verwantschap tussen de dieren is te achterhalen. Tevens kunnen gegevens van een individuele vogel worden vastgelegd. Het voorkomen van inteelt is een belangrijke doelstelling van het verantwoord kweken in gevangenschap.

  • Koop geen vogels zonder het maken van goede afspraken over de verantwoordelijkheid van de verkoper voor "verborgen gebreken/ziektes" bij de vogels en over onderzoeken/controles/testen. Het komt voor dat vogels vanuit besmette bestanden met "voorkennis" en bewust door kwekers/handelaren worden verhandeld.
  • Koop geen vogels zonder de mogelijkheid van een goede quarantaine mogelijkheid
  • Maak zo optimaal mogelijk gebruik van de quarantaine periode.
  • Vogelverenigingen/bonden en individuele liefhebbers moeten zich bezinnen op goede preventieve maatregelen.

Preventieve maatregelen bij de aankoop van vogels zijn er op gericht om het bestaande bestand te beschermen. De waarde en het belang van het (kweek)bestand is in het algemeen veel groter dan de waarde / het belang van de (individuele) aankoopvogels.

Binnen de liefhebberij worden de kosten van onderzoek veelal vergeleken met de waarde van de individuele vogel. De kosten moeten echter worden vergeleken ten opzichte van de waarde van het totale bestand ofwel ten opzichte van de meest waardevolle vogels in het bestand. Bij de aankoopkosten van een vogel moet ook een bedrag worden meegerekend als investering in goede preventieve maatregelen. Problemen, sterfte achteraf in een bestand na de aankoop van vogels kan grote consequenties hebben voor een kweekbestand. Deze problematiek speelt des te meer gezien de toename van virusziektes waar geen behandelingen voor beschikbaar zijn.

De problematiek wordt ook steeds belangrijker omdat er ( terecht en gelukkig) geen importvogels, vanuit de natuur, beschikbaar (zullen) zijn om verliezen te compenseren. De waarde die we aan vogels in gevangenschap moeten hechten zal de komende jaren stijgen. Daarbij neemt de verantwoordelijkheid van degene toe die waardevolle, zeldzame vogels in kweekbestanden heeft.

  • De handel in babypapegaaien moet aan banden worden gelegd. Het bij elkaar brengen van jonge vogels vanuit verschillende (onbekende) achtergronden moet worden verboden. Er moeten regels komen waarbij een jonge vogel minimaal zelfstandig moet kunnen eten voordat deze verhandeld mag worden.
  • Er dient een verplichting te komen dat uitsluitend jonge vogels met een betrouwbare identificatie (vaste voetring / microchip) verhandeld mogen worden. Hierdoor kan onder andere de herkomst van een besmetting worden achterhaald.
  • De vogelliefhebberij moet zich beter organiseren en onderzoek naar besmettelijke vogelziektes stimuleren en ondersteunen.
  • De vogelliefhebberij moet zich richten op het ontwikkelen van een langere termijn beleid om in te spelen op de toename van besmettelijke ziektes.

Dit artikel is met toestemming van Drs. J. Hooimeijer op deze website geplaatst.


 

 
 
 
Algemeen | Verzorging | Voeding | Gezondheid | Gedrag | Overig | Extra

Copyright [2001-2016] Parrotbunch. All rights reserved.
No content may be used or reproduced without the  author's written permission.